Ook publieke organisaties concurreren. Scholen en zorginstellingen, maatschappelijke organisaties en overheidsinstellingen – ze zijn voortdurend in concurrentie. Ze concurreren om consumenten of bewoners, leden of donateurs werknemers of studenten. Ze concurreren om de interesse van bedrijven, instellingen en voorzieningen. Ze concurreren om aandacht van media en bestuurders. Ze concurreren om respect, vertrouwen en aanzien. Hun reputatie helpt hen daarbij – of staat juist in de weg.

Onderscheid maakt het verschil
Om succesvol te kunnen zijn moet je ergens om bekend staan: je waarden of ambities, je producten of diensten, je mensen of je locatie, je geschiedenis of je staat van dienst. Of een combinatie hiervan. Om succesvol te zijn moet je je positief onderscheidt. Niet even maar voortdurend. Met iets waaraan je gekend wordt en waaraan je spontaan herkend wordt: een sterk merk zijn, een onderscheidende reputatie hebben.

Publiek karakter als bestaansrecht
Inzichten en methodieken uit de commerciële praktijk bewijzen daarbij goede diensten. Niet omdat publieke organisaties verkapte commerciële bedrijven zijn. Het gaat echt niet alleen om meer geld te verdienen. Maar om het publieke karakter recht te kunnen doen en te behouden, ook – nee: juist als marktwerking toeslaat.

Tal van publieke organisaties baseren hun reputatiestrategie op hun culturele, sociale of zelfs ideële kwaliteiten, want daarin ligt de kern van hun bestaansrecht. Met de juiste reputatiestrategie kan daardoor ook de bescheiden organisatie zijn plaatsje onder de zon verwerven, behouden en uitbouwen.